Foto: ANP

Kinderen moeten meer bewegen. Iedere schooldag moeten ze minstens twee keer een half uur fietsen, wandelen of op een andere manier bewegen. Volgens drie gezaghebbende adviesraden moet minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs dat alle scholen verplichten. Kinderen moeten tussen de lessen door ook vaker van hun stoel en drie keer per week oefeningen doen om hun botten en spieren te versterken.

Rekenen met push-ups

In het advies van de drie adviesraden (de Nederlandse Sportraad, Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving) staat dat de kinderen tijdens de les oefeningen kunnen doen om de leerprestaties voor rekenen en taal te stimuleren. Zo kunnen kinderen bijvoorbeeld de tafels leren door propjes papier in de lucht te gooien of taal- en rekenoefeningen te doen met behulp van push-ups. Het advies wordt op maandag 10 september uitgebracht. 

Samenwerken

Bewegen op school komt er vaak niet van, omdat scholen aangeven geen gymleerkracht of gymzaal te kunnen vinden, of zonder het bewegen al een overvol lesrooster hebben. Het zou volgens de raden daarom helpen als scholen en gemeenten beter gaan samenwerken en bijvoorbeeld leerkrachten en/of gymzalen met elkaar delen. Scholen kunnen de hulp inschakelen van de plaatselijke voetbaltrainer of een oud-topsporter. Ook kan er meer bewogen worden tijdens gewone lessen.

Zelfvertrouwen en handigheid

De drie adviesraden laten weten dat bewegen niet alleen goed is voor de gezondheid van kinderen. Ze worden daardoor namelijk ook leniger en handiger, leren beter omgaan met elkaar en het stimuleert het zelfvertrouwen, zelfinzicht en zelfbeheersing. Op sommige scholen bewegen scholieren al genoeg, maar op andere scholen krijgen kinderen te weinig kansen om te bewegen. Door de ondergrens te verhogen, willen de drie raden deze ongelijkheid bevechten.

Deel dit artikel