Al ruim veertig jaar drukt Krisztina de Châtel een onuitwisbare stempel op de Nederlandse dans. Nog altijd stort de Hongaars-Nederlandse zich met ontembare passie op nieuwe projecten. ‘Choreografie zit in mijn bloed. Het is mijn ambacht, mijn kern. Het is wie ik ben.’ Bekijk de Close Up-documentaire over haar: Een uitzinnige beheersing. Leven en dans van Krisztina de Châtel.

Klik op de playbutton in bovenstaande afbeelding om de Close Up-documentaire 'Een uitzinnige beheersing. Leven en dans van Krisztina de Châtel' af te spelen. 

Achter de deur van haar achterhuis in een Amsterdams grachtenpand ontvouwt zich een wereld die licht en sereniteit ademt. Op veel plekken hangt of staat moderne kunst, de ramen bieden uitzicht op oude bomen en gebouwen met geschiedenis. In het midden staat een werktafel. Krisztina de Châtel zit te tikken op haar laptop. Hard werken zit de grande dame van de Nederlandse moderne dans in het bloed. 

Het begon met haar biografie Dans! Denk!, die ze samen met schrijfster-filosofe Désanne van Brederode maakte. Vervolgens ging haar minimalistische meesterwerk Thron uit 1984 in reprise, maakte ze een voorstelling met parkinsonpatiënten en werd ze door SALLY Dansgezelschap Maastricht gevraagd een locatieduet te maken. Tussendoor waren er opnamen voor de Close Up-documentaire over haar leven. ‘Ik ben gesloopt’, verzucht ze. ‘Mijn lichaam en hoofd schreeuwen dat ik het rustig aan moet doen. Ik moet de tijd nemen om alles te laten bezinken, anders flip ik. Het is een emotioneel jaar geweest.’

In welke zin was het emotioneel?

‘Voor het boek en de film ben ik in mijn verleden afgedaald. Mijn vlucht uit Hongarije, mijn gearrangeerde huwelijk (waardoor ze een Duits paspoort kreeg en niet terug hoefde), de moeilijke relatie met mijn ouders. Alles kwam naar boven. Vooral het filmen in Boedapest was heftig. Toen het over mijn overleden broer ging, kwam er een intens verdriet naar boven. Hij was tientallen jaren de belangrijkste levenslijn met mijn familie. Hij toonde interesse, begreep wat ik deed en wie ik ben. Ineens werd duidelijk hoe ongelofelijk ik hem mis.’

Hoe is de dans in je leven gekomen?

‘Op mijn dertiende stuurde mijn vader me naar een dansschool vanwege mijn holle rug en slechte houding. Daar ontdekte ik dat lichamelijk bezig zijn me heel goed deed. Ik was een piekeraar, dat ben ik nog steeds, en dan is het ideaal om te bewegen. Dansen is complementair aan denken. Tekeergaan met je lichaam, reageren op muziek, je gedachten vergeten. Na school wist ik dat ik met dans verder wilde, maar niet in het strakke harnas van communistisch Hongarije. Op mijn twintigste ben ik naar Duitsland vertrokken en op de Folkwang Hochschule in Essen heb ik echt geleerd wat dansen is.’

Op welk moment ben je van danseres choreografe geworden?

‘Ik ben nooit echt een danseres geweest, daarvoor is mijn lichaam te stijf. Op de academie heb ik mijn lijf opgevoed. Ik heb de taal van het dansen geleerd zonder hem tot in perfectie te beheersen. Die basis geeft me de kans om creatief te zijn en mijn ideeën uit te dragen.’

Hoe ben je in Nederland beland?

‘Na Essen had ik behoefte aan een grotere, meer open minded stad. Ik heb gekeken naar Bazel, München en Berlijn. Het werd Amsterdam, vanwege mijn Nederlandse oma en omdat ze hier vooruitstrevend waren in het adopteren van moderne danstechnieken uit Amerika. In 1969 ben ik naar Amsterdam gekomen. Het was een bijzondere periode om hier te zijn, te kijken en te leren.’

Vanaf midden jaren 70 schokte je de danswereld met je eigenzinnige, minimalistische choreografieën. Hoe ontstaan je stukken?

‘Het begint vaak met muziek of beeldende kunst. Vervolgens zie ik in mijn hoofd bewegingen voor me. Die beelden probeer ik aan de dansers over te brengen. Hun lichamen zijn mijn medium en belangrijkste inspiratiebron. Zij helpen me bij het vinden van de juiste toon en vorm. Ik hou van strakke, geometrische bewegingsreeksen en heb een hang naar controle en structuur. Dat maakt veel van mijn choreografieën vrij complex.’

Wat moet iemand in zich hebben om je choreografieën te dansen?

‘Een goede techniek en een sterke geest. Ik houd van intelligente persoonlijkheden die me tegenwicht kunnen en durven bieden. In de zoektocht naar mooie dansers laat ik me leiden door mijn intuïtie. Cecilia Moisio zag ik ooit op een jazzopleiding. In één oogopslag was ik verkocht door die bescheiden vrouw die barst van het charisma.’

blockquote
Mijn gezelschappen waren mijn familie, de danseressen mijn dochters. Een aantal van hen komt nog steeds bij me eten.
 

Je staat bekend als een strenge choreograaf. 

‘Klopt, dat heb ik van mijn vader. Ik zit overal bovenop. Ik eis veel van mijn dansers en nog meer van mezelf. Ooit werkte ik met een Taiwanese jongen die het vertikte les te nemen. Zo iemand smijt ik zo de deur uit. Ik wil in mijn voorstellingen geen mensen die bibberend op hun benen staan. Geen sprake van!’ 

Hoe is over het algemeen de relatie met je dansers? 

‘Heel goed en intiem. Mijn gezelschappen waren mijn familie, de danseressen mijn dochters. Een aantal van hen komt nog steeds bij me eten. Dat vind ik énig. Ik heb altijd alleen gewoond en dat heeft veel voordelen, maar is niet altijd even leuk.’ 

Je maakt vaak voorstellingen met mensen zonder professionele dansachtergrond. Waarom is dat? 

‘Naarmate ik ouder word, voel ik ook een toenemende behoefte om me maatschappelijk in te zetten. Met dit soort projecten zet ik groepen in het zonnetje die nooit in het zonnetje staan. Brandweer- en vuilnismannen, mensen met een psychische achtergrond en recent reuma- en parkinsonpatiënten. Ondanks het feit dat zij niet echt kunnen dansen, daag ik ze uit om hun grenzen op te zoeken en alles eruit te halen. Zo’n voorstelling moet wel echt een choreografie zijn. Ik vind het prachtig om uit beperking schoonheid te scheppen. Mooie muziek, mooie kostuums, een mooie locatie en mooie bewegingen. Als dat lukt, sta ik met tranen in mijn ogen te kijken.’

Deel dit artikel