‘Een cover moet je aan de grond nagelen, anders gebeurt er niets’, aldus kunstenaar en bladenmaker Rupert van Woerkom. Hoe ontwerp je zo’n intrigerende cover? Zijn er regels of volg je je gevoel?

Een cover is het visitekaartje van een blad. In de kiosk beslissen mensen binnen een paar seconden welke van de tientallen tijdschriften ze zullen kopen. Daarom is het cruciaal dat een cover in elk geval verrassend is. Dit geldt met name voor tijdschriften die afhankelijk zijn van losse verkoop. De bladenmakers en artdirectors van deze ‘gewone covers’ concentreren zich op de pakkans in de winkel. De leidende vraag daarbij is ‘waarom kiest iemand een tijdschrift?’.

Cover art

Sommige covers zijn zo mooi dat het kunst lijkt en andersom kan kunst zich ook lenen voor een cover. Volgens Rupert van Woerkom ligt dat toch niet zo simpel. Hij is kunstenaar (onder het pseudoniem Atolty) en bladenmaker, en ontving in 2001 de Mercur d’Or, de belangrijkste prijs voor bladenmakers. ‘Cover art is geen volwaardige kunstvorm. Uitmuntende Cover art wordt gemaakt door hele goede bladenmakers en artdirectors. Er zijn wel tentoonstellingen in musea met covers maar covers worden niet verkocht als kunst’. 

Andersom is een bestaand kunstwerk op de cover van een tijdschrift volgens Van Woerkom mooi, maar vooral in de zin van een fraai cadeaupapiertje. Het mist vaak de wauw-factor. Het meisje met de parel van Vermeer staat prachtig op een cover maar Van Woerkom vindt dat ook saai. ‘Het is interessanter om iets te tonen wat prikkelt, ook al weten mensen niet precies wat ze zien’.

Kleur, tekst en beeld

Voor zowel gewone als voor concept covers ziet Van Woerkom een aantal vuistregels. Op de eerste plaats staat kleur: ‘Kleur is het gezichtsbepalende element van een cover. Kleuren zijn emotiebepalend, ook als het zwart-wit is’. Het tweede element is beeld. Van Woerkom: ‘Het maakt niet uit welk beeld, als het maar sterk is.’ Het derde element is tekst. ‘Het beeld moet prikkelen om de tekst te lezen. Beeld en tekst samen vormen een totaalervaring. Maar soms is beeld zo krachtig dat er geen woorden meer nodig zijn.’

Het geheel van deze drie elementen moet vooral beloftevol zijn, leuk om naar te kijken en de nieuwsgierigheid prikkelen. Lezers moeten het gevoel hebben dat er dingen in het blad staan die ze nog niet weten of kennen. De cover moet een positief verwachtingsgevoel oproepen. Het klakkeloos volgen van de regels staat daarom niet per definitie garant voor een goede cover. Van Woerkom: ‘Er komt altijd onderbuikgevoel bij kijken. Er is ook geen opleiding om covers te leren maken. Iedereen die zich verdiept in zijn doelgroep komt vanzelf met coverideeën en invalshoeken die de bewuste groep aanspreken’.

Tips voor de cover

Voor de MUZE-coverwedstrijd adviseert Van Woerkom om meer dan alleen een mooi plaatje of een sec kunstwerk in te sturen. Er moet een extra dimensie aan zitten. De cover kan gaan over wat er valt te beleven op kunstgebied maar ook over mensen die kunst aan het ontdekken zijn. Bijvoorbeeld mensen die in een enorme rij staan zonder dat je weet waarvoor. Dat straalt uit dat je iets gaat zien waarvan je nog niet weet wat het is.

Als je zelf een kunstwerk maakt voor op de cover, maak dan iets dat verrassender en pakkender is dan je in het museum aantreft. Anders kun je net zo goed een bestaand kunstwerk kiezen. Van Woerkom: ‘Je moet vooral durven. Iedereen kan een spannende cover maken!’

Deel dit artikel