Een jaar of zeven zal ik geweest zijn toen ik Rembrandt voor het eerst in de ogen keek. Mijn vader had me meegenomen naar De Lakenhal, het kunstmuseum van mijn eigen stad: Leiden. Rembrandt speelde een cameo op het schilderij dat Het Leids historiestuk wordt genoemd. Achter de scepter van een keizerlijke figuur dook een jongen op met een bolle toet, pronte neus en woeste krullen. Dwars door de eeuwen heen keek hij mij aan. 

Sinds die eerste ontmoeting ben ik altijd gefascineerd gebleven door Rembrandt, al bleef hij tegelijk een raadsel. Over de jeugd van de beroemdste zoon van Leiden was maar weinig bekend, en hoe hij zich schijnbaar uit het niets ontwikkelde tot de beroemdste en beste schilder ter wereld is een mysterie. 

Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik hem kon leren kennen door goed naar hem te kijken. Zoals op het paneeltje in het Rijksmuseum, waarop Rembrandt, een jaar of 22 jong, zichzelf heeft afgebeeld. Zittend voor de spiegel heeft hij geprobeerd uit te vinden hoe het eruit ziet als licht schuin van achteren op zijn gezicht valt. Licht schampt de kaak, de lobbige oorlel en het uiteinde van zijn dikke neus. Licht speelt met de krullen in zijn nek, die met de achterkant van het penseel in de natte verf zijn gekrast. De ogen blijven in het donker. 

Als je een stap naar achteren zet, en je kijkt die jongen aan, dan overvalt je het gevoel dat je hem kent. En dat niet alleen: je voelt met hem mee. Hoewel zijn ogen in de schaduw blijven, niet meer dan twee gaten waarin je blik verdwijnt, vult het beeld zich met je verbeelding. Je bent hem nabij. 

blockquote
Het zijn de poses van een steracteur. Maar de acteur is hij zelf.
Onno Blom over Rembrandts zelfportretten

Als je alle zelfportretten van Rembrandt achter elkaar legt, trekt de film van een intens, succesvol en tragisch leven voorbij. Van de jongeling met puisten op zijn kin, de dandy met harnaskraag om de nek en liefdeskrul in zijn haar, de Oosterling met tulband en trouwe hond aan zijn voeten, de gentleman-burger in statig zwart-wit en grote hoed, de mysterieuze edelman, tot de beste schilder ter wereld – palet en penselen in de hand en een hagelwitte muts op het hoofd.

Het zijn de poses van een steracteur. Maar de acteur is hij zelf. Je ziet Rembrandt ouder worden, zijn haar grijzer, zijn rimpels dieper en zijn gezicht vlezig en week. De wallen onder zijn ogen tarten de zwaartekracht. Rembrandt was niet bezig om een ijdel monument voor zichzelf op te richten, hij schilderde zichzelf schaamteloos zoals hij was – en dat heeft op mij een hevig ontroerend effect. Rembrandts zelfportretten confronteren je met de onvolmaaktheid van het bestaan. Met het onvermijdelijke wat komen gaat. Ze stemmen melancholiek. 

Misschien wel het mooiste zelfportret hangt in het Mauritshuis. Voor Het Raadsel Rembrandt mocht ik er op een vroege morgen in september, voor er bezoekers in het museum waren, even helemaal alleen voor staan. Dat was, hoe vaak ik er ook al ben geweest in mijn leven, een sensatie.

Rembrandt schilderde het zelfportret een paar maanden voor zijn dood op 4 oktober 1669. De verf moet nog nat zijn geweest toen hij stierf. Rembrandt heeft zich zonder enige opsmuk afgebeeld. Zelfs zonder palet en penselen. Zijn stijl is magistraal: woest, snel, suggestief. Zijn muts een paar grote vegen van zijn penseel. 

Rembrandt keek de dood in de ogen, maar van zijn zelfportret spat de vitaliteit af. Een wit glimmertje in het rechteroog – en pats, daar haakt zijn blik in de mijne. 

Oog in oog met de meester. 

Onno Blom in Het raadsel Rembrandt

Rembrandt-biograaf Onno Blom reist voor 'Het raadsel Rembrandt' in de voetsporen van de meesterschilder om te ontdekken wie de man achter de legende was.

 

Het raadsel Rembrandt zie je van zaterdag 28 september t/m 19 oktober, elke zaterdag om 21.10 uur op NPO 2. Aansluitend op elke aflevering van Het raadsel Rembrandt wordt op NPO 2 Extra Verder kijken met Onno Blom uitgezonden, om 21.55 uur. 

Deel dit artikel