‘Schoonhoven werkte eerst helemaal niet met wit. Hij was een arme kunstenaar en had niet veel geld. Bij hem in de straat zat een verfwinkel en die hadden nog weleens wat potjes over. Daar werkte hij dan mee.’ In de serie Oog voor detail bespreekt Berd Visscher, materiaaldeskundige en timmerman, het werk 'R70-54' van kunstenaar Jan Schoonhoven.

‘Pas toen hij witte verf gebruikte, zag hij hoe belangrijk het schaduwspel was. Daarna is hij wit gaan gebruiken om het spel van lijnen en schaduwen te vervolmaken. Dit is wel een beetje een atypisch werk van Schoonhoven. Normaal werkte hij met een vormmodule, een vorm die hij telkens herhaalt, maar dit is een spel van lijnen waarbij hij zich heeft laten inspireren door de vorm van een wenteltrap.’

blockquote
Het hoefde voor Schoonhoven allemaal niet zo strak.
Berd Visscher

‘De details zijn prachtig. Als je goed kijkt, zie je de stukjes krantenpapier eronder zitten. Dat zijn niet allemaal rechte stukken, het is gewoon gescheurd. Je ziet de lijnen van het papier lopen. De vormen van de snippers worden onderdeel van het lijnenspel, ze pakken ook weer hun eigen licht.

Als je het bekijkt met strijklicht, zie je het nog veel beter. Er mag best een bobbeltje of een foutje inzitten, dat is juist zo mooi. Het hoefde voor Schoonhoven allemaal niet zo strak.’

Deel dit artikel