De 'Zevende Symfonie' van Ludwig van Beethoven (1770-1827) werd door Richard Wagner vanwege de levendige ritmes ook wel de 'apotheose van de dans' genoemd. In 'Ken uw Klassieken' vertellen dirigenten en musici van het Koninklijk Concertgebouworkest waarom dit muziekstuk zo geniaal is.

Naast de fluitist, altviolist en hoornist van het orkest vertellen ook dirigenten Iván Fischer, Otto Tausk en Jules van Hessen enthousiaste verhalen over de bijzondere ritmische kwaliteiten van Beethovens 'Zevende': lang - kort - kort - lang - lang.


De Zevende Symfonie
De première van Beethovens 'Zevende' vond plaats in 1813, tijdens een benefietconcert voor soldaten die gewond waren geraakt tijdens de Slag van Hanau. Beethoven dirigeerde het stuk, dat zo goed werd ontvangen dat het allegretto moest worden herhaald. Het Weense publiek, moe en gedesillusioneerd door Napoleons bezetting (1805-1809) en hopend op een overwinning, omarmde de energie en kracht van de symfonie. Naast de talloze fans waren er ook mensen die het werk niet zo fantastisch vonden; ze noemde Carl Maria von Weber de baslijn in het eerste deel het bewijs dat Beethoven "rijp was voor het gekkenhuis".

Richard Wagner was daarentegen ontzettend enthousiast over het stuk. Hij zei het volgende: "Alle tumult, al het verlangen en het stormen van het hart, komt hier samen in de zalige brutaliteit van puur geluk. Het neemt ons met wilde kracht mee door de natuur, door alle stromen en zeeën van het leven, schreeuwend in zelfbewustzijn terwijl we met deze sferische dans door het universum galmen. Deze Symfonie is de Apotheose van de Dans: het is dans op zijn best, de grootsheid van lichamelijke beweging samengevoegd in een ideale toonvorm."

Het tweede deel van de 'Zevende Symfonie' is waarschijnlijk het bekendst; het werd gebruikt in meerdere films. Zo is het te horen tijdens de speech in 'The King's Speech', in 'Knowing', 'The Fall' en 'Diplomatie'.

Bekijk HD-concerten van Beethoven in de YouTube-afspeellijst van AVROTROS Klassiek:

Deel dit artikel