Hoewel Beethoven zijn idool was en Brahms zijn leermeester, bleven Dvořáks (1841- 1904) Tsjechische en Boheemse wortels altijd hoorbaar in zijn composities. Zijn 'Negende Symfonie: Uit de nieuwe wereld’ - die hij in Amerika schreef - werd zijn beroemdste werk, maar de 'Achtste Symfonie' wordt wel zijn meest bekoorlijke genoemd. Dirigenten Jules van Hessen en Vincent de Kort en musici als concertmeester Vesko Eschkenazy en fluitiste Emily Beynon vertellen hoe Dvořák op een prachtige manier het Boheemse landschap ‘laat horen'.

Dvořák was een gelukkig man die zijn afkomst trouw bleef en het liefst te midden van zijn vrouw en kinderen aan de keukentafel van zijn buitenhuis tussen de vogels componeerde.


Achtste Symfonie
De vrolijke en optimistische 'Achtste Symfonie' schreef Dvořák ter ere van zijn toelating tot de Praagse Bohemian Academy of Science, Literature and Arts. Hij componeerde het werk in tweeënhalve maand in zijn zomerhuisje in de Tsjechische regio Bohemen. In tegenstelling tot zijn andere symfonieën wilde Dvořák van zijn 'Achtste' een opbeurend en lyrisch werk maken, waarvoor hij inspiratie haalde uit de Boheemse volksmuziek.

Bekijk ook dit andere prachtige werk van Dvořák, door Janine Jansen & Friends:

Deel dit artikel