Jeroen Krabbé reist Gauguin achterna naar Le Pouldu (Frankrijk), Papeete (Tahiti), Mataiea (Tahiti) en Parijs (Frankrijk). In Le Pouldu in Bretagne werkt Gauguin in 1890 samen met de Nederlandse schilder Meijer de Haan. Gauguin hoort daar dat Vincent van Gogh een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Het rakelt de dramatische samenwerking op. Gauguin vertrekt hierop uit Frankrijk en gaat op zoek naar het primitieve leven in de verst gelegen Franse kolonie: Tahiti.

Als Gauguin aankomt in Papeete, de hoofdstad van Tahiti, blijkt het minder primitief dan verwacht. Gauguin verlaat de stad en huurt een simpele hut in Mataiea. Hij maakt prachtige werken van Tahitiaanse vrouwen. Gauguin gaat op in de gemeenschap en trouwt met Tehemana, een 13-jarig Maori-meisje dat hij diverse keren portretteert, bijvoorbeeld in het zeer controversiële schilderij Spirit of the dead watching.

Maar het leven in de tropen eist zijn tol. In juli 1893 keert hij ziek en arm terug naar Parijs, met een enorme hoeveelheid meesterwerken. Daar krijgt hij een solotentoonstelling bij de beroemde kunsthandelaar Durand-Ruel. Gauguin schrijft dat het een groot succes is, maar of dat waar is, is de vraag.

Deel dit artikel