In de serie ‘De brieven van Paul Gauguin’ presenteren we zes vertaalde brieven van Paul Gauguin aan Vincent van Gogh in de periode van 29 februari 1888 tot en met 28 juni 1890. Op dat moment is Gauguin aan het werk in Frankrijk. Met aanvullende verhalen en met fragmenten uit Krabbé zoekt Gauguin proberen we de brieven meer context te geven.

Locatie: Pont-Aven

Mijn beste Vincent,

Ik ben erg laat met u te antwoorden: wat wilt u, ik verkeer in een staat van ziekte en verdriet die vaak leiden tot een staat van moedeloosheid waardoor ik mezelf afzonder en verval in inactiviteit. Als u mijn leven kende zou u begrijpen dat na hard gestreden te hebben (op allerlei manieren), ik bezig ben om op adem te komen en momenteel slaap ik. Uw idee voor een uitwisselingsproject, waarop ik nog niet geantwoord heb, spreekt me aan en ik zal het portret dat u wenst maken, maar nu nog niet.

Vincent en Paul wisselden voor hun samenwerking zelfportretten uit. Meer daarover is te lezen en te zien in de volgende brief.

Ik ben niet in staat het te maken aangezien het niet een kopie van een gezicht is dat u wenst maar een portret zoals ik het begrijp. Ik observeer de kleine Bernard en ik beheers hem nog niet. Ik zal het misschien vanuit mijn geheugen maken maar het zal hoe dan ook een abstractie zijn. Ik weet het niet, misschien dat ik morgen opeens een ingeving krijg. Momenteel is er een periode met mooi weer die ons er beide toe aanzet om meerdere dingen uit te proberen. Ik heb zojuist een religieus schilderij gemaakt, erg slecht uitgevoerd maar ik vond het interessant om te maken en mij bevalt het schilderij. Ik wilde het schenken aan de kerk van Pont Aven, uiteraard wil men het niet hebben.

Het werk waar Gauguin het hier over heeft is zijn revanche of antwoord op een eerder werk van zijn vriend Bernard, die hij later in deze brieven zal noemen. Het gaat om het werk 'Het visioen na de preek' dat, zoals Gauguin in de brief schetst, hij samen met Laval en Bernard aanbiedt aan de kerk. Jeroen Krabbé bezocht deze kerk, Eglise de Nizon, in Pont-Aven en vertelt het hele verhaal achter dit kleine fragment in de brief. 

Het verhaal achter Het visioen na de preek

Dit is de schets die Gauguin meestuurde met deze brief en daarnaast het daadwerkelijke schilderij.

Een groep Bretonse vrouwen in intens zwarte kledij die bidden. De witgele kappen, erg lumineus. De twee rechter kappen lijken monsterlijke helmen. Een appelboom doorkruist het doek, donkerpaars, en de boomblaadjes in grote getalen getekend als smaragdgroene wolken met groengele tussenruimten van zonlicht. De grond (vermiljoen puur). Bij de kerk gaat het omlaag en wordt het roodbruin.
De engel is gekleed in intens helderblauw en Jacob in flesgroen. De vleugels van de engel zijn puur chroomgeel. De haren van de engel zijn chroom en de voeten vleeskleurig oranje. Ik geloof dat ik in de figuren een groot rustieke en bijgelovige eenvoud heb weten te bereiken. Het geheel erg streng. De koe onder de boom is erg klein ten opzichte van de realiteit en steigert. Voor mij bestaan het landschap en de strijd in dit schilderij slechts in de verbeelding van de biddende mensen na de preek, daarom is er een contrast tussen de echte mensen en de strijd in hun landschap dat onrealistisch en uit proportie is. In uw brief lijkt u boos over onze luiheid ten opzichte van het portret en dat doet me verdriet, vrienden worden niet boos op elkaar (op afstand kunnen woorden niet op hun juiste waarde geschat worden).

Later als Gauguin echt afreist naar Vincent om samen te werken ontstaan er op den duur ook spanningen tussen beide heren. Ze zitten op elkaars lip, zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden en maken ruzie. Deze spanningen en het dreigende vertrek van Gauguin voeren naar het kookpunt op 23 december 1888. Tijdens een hoog opgelopen ruzie snijdt Vincent in een verwarde toestand zijn oor af. Deze eerste verschijnselen van Vincents ziekte doen Gauguin besluiten te vertrekken. Wat was de laatste druppel? En zie je de spanningen terug in hun werk?

De spanningen tussen Gauguin en Van Gogh

Iets anders. U strooit zout in de wond als u alles eraan doet om aan mij te bewijzen dat ik naar het zuiden moet komen, aangezien ik lijd aan het feit dat ik er niet nu al ben. Toen u mij heeft voorgesteld naar het zuiden te komen in uw kunstenaarskolonie heb ik u formeel een laatste bevestigende brief geschreven, dankbaar voor het aanbod van uw broer.

In Krabbé zoekt Gaguin vertelt Jeroen dat het toch iets anders lag. De broer van Vincent van Gogh, Theo, zette druk op Gauguin om zijn broer te bezoeken en stelde hem een aantal zaken in het vooruitzicht.

De druk van Theo van Gogh

Er is voor mij geen sprake van het oprichten van een atelier in het noorden omdat ik elke dag op een verkoop hoop die mij zou toestaan deze plek te verlaten. De mensen die mij hier voeden, de arts die mij heeft verzorgd, hebben dit op krediet gedaan en zullen geen van mijn schilderijen en geen enkel kledingstuk achterhouden, en zijn naar mij toe foutloos – ik kan ze niet achterlaten zonder een slechte daad te begaan, hetgeen mij enorm van streek zou maken. Als ze rijk zouden zijn of dieven zouden zijn, zou het mij niet raken. Ik zal dus wachten. Daarentegen, als de dag eenmaal gekomen is en u zou dan anders moeten beslissen en u zou me moeten zeggen, Te laat… dan heb ik liever dat u dat nu direct doet. Ik vrees dat uw broer, die van mijn talent houdt, het te hoog inschat. Als hij een geïnteresseerde of een speculant vindt die verleid is door een lagere prijs, dan moet hij dat doen. Ik ben een man van opofferingen en ik wil graag dat hij begrijpt dat wat hij ook doet, ik het er mee eens zal zijn. De kleine Bernard zal binnenkort enkele van mijn schilderijen naar Parijs brengen.

Hoe leerde Gauguin zijn vriend Bernard, of zoals hij hem zelf noemt ‘de kleine Bernard’, kennen?

De kleine Bernard

En wat maakte het werk van Bernard zo vernieuwend dat hij de leider werd in de kunstenaarsgroep?

Bernard als leider van de groep

Dit is het schilderij van Bernard wat hem de nieuwe leider van de groep maakte. (Het schilderij dat Gauguin hierop als revanche maakte en aanbood aan de kerk, kwam eerder in deze brief al aan bod.)

E__mile-Bernard---Bretonse-vrouwen-in-de-wei.jpg
Émile Bernard - Bretonse vrouwen in de wei (1888). Josefowitz collection.
E__mile-Bernard---Bretonse-vrouwen-in-de-wei.jpg

Laval rekent erop mij te ontmoeten in het zuiden rond de maand februari. Hij heeft iemand gevonden die hem 150 franken per maand zal betalen gedurende een jaar. Het lijkt me nu, mijn beste Vincent, dat u verkeerd rekent. Ik ken de prijzen van het zuiden; buiten het restaurant om lukt het me om rond te komen en drie personen te voeden van 200 franken per maand. Ik heb het huishouden gerund en ik kan me redden. Des te meer met vier personen. Wat woonruimte betreft, buiten de uwe om, zouden Laval en Bernard een kleine gemeubileerde kamer kunnen hebben in de buurt. De inrichting van uw droomhuis bevalt me goed en het water loopt me al in de mond bij de gedachte eraan. Afijn! Voor zover het mogelijk is wil ik niet meer aan het beloofde fruit denken. Wachten op betere dagen tenzij ik verlost ben van dit rottige bestaan dat, buiten het werk om, me zo verschrikkelijk zwaar valt.

Met hartelijke groeten,
P. Gauguin

Vincent van Gogh schreef een reactie op het schilderij ‘Het visioen na de preek’ dat Gauguin in deze brief beschrijft en waarvan hij een schets toevoegt.

Antwoord van Vincent van Gogh

Vorige brief   VOLGENDE BRIEF

Deel dit artikel