Hij legde met zijn beelden van hamburgers, wasknijpers en wc-potten de basis voor de popart, nog vóór Andy Warhol.

* 28 januari 1929

Bekend van zijn beeldhouwwerken in de publieke ruimte, waarin hij opgeblazen versies van alledaagse dingen weergeeft (zoals een schroef, een lippenstift of een zak patat).

Stroming: popart

Claes Oldenburg

Claes Oldenburg werd in 1929 geboren in Stockholm. Zijn vader was diplomaat en kreeg in 1936 een baan in Chicago, waarna het hele gezin naar de Verenigde Staten verhuisde. Daar ging Claes na een studie kunstgeschiedenis en Engelse literatuur aan Yale naar de kunstacademie van Chicago. Maar zijn artistieke carrière begon pas echt toen hij halverwege de jaren vijftig naar de stad verhuisde die een bron van inspiratie voor hem zou zijn: New York.

Hamburgers en zagen

Aanvankelijk werkte Oldenburg in de stijl van het abstract-expressionisme, maar in New York sloeg hij een nieuwe weg in. Hij ontmoette er kunstenaars zoals Jim Dine (popart) en Allan Kaprow (Fluxus). Geïnspireerd door hen ging Oldenburg op zoek naar een nieuwe beeldhouwkunst. Hij begon met het maken van collages en assemblages van goedkope materialen - karton, verf en jute - en modelleerde die tot imitaties van objecten die hij op straat vond. Na 1965 maakte hij sculpturen waarbij hij gewone dingen uit het dagelijks leven, zoals een hamburger of een wasknijper, omtoverde naar andere proporties (groot, klein).

The Store

(1961)

Oldenburg organiseerde ook ‘happenings’, vaak onvoorspelbare performances. In 1961, bijvoorbeeld, huurde hij voor één maand een bedrijfsruimte in Manhattan die hij omdoopte tot The Store. Aan de voorkant bestond die ruimte uit een normaal draaiende winkel. Achterin maakte Oldenburg de winkelartikelen: van taartjes en hamburgers tot telefoons en wc-potten. Het enige verschil met de producten uit andere winkels in de buurt was dat Oldenburgs artikelen allemaal onbruikbaar, ondraagbaar en oneetbaar waren. Ze waren gemaakt van stof of papier-maché over kippengaas, beschilderd met verf of autolak.

Coosje van Bruggen

In 1977 trouwde Oldenburg met zijn tweede vrouw, de Nederlandse Coosje van Bruggen (1942-2009). Zij werkte bij het Stedelijk Museum en gaf les aan de kunstacademie in Enschede. Oldenburg en Van Bruggen gingen in 1976 samenwerken en sindsdien hebben ze bijna veertig werken voor de openbare ruimte gemaakt. Een van hun bekendste werken is Flying Pins (2000), een gigantische zwarte bowlingbal met daaromheen tien kegels van zeven meter hoog die alle kanten op lijken te vliegen. Om dat werk te bekijken hoef je overigens niet ver te reizen: het staat aan de kop van de John F. Kennedylaan in Eindhoven.

Deel dit artikel