China is booming: tien wereldberoemde schilderijen uit de collecties van verschillende Franse musea zijn naar Beijing afgereisd. Daar worden ze vanaf 11 april tentoongesteld in het National Museum of China.

Kunstliefhebbers zullen de werken die aan China zijn uitgeleend meteen herkennen, want het zijn zeker niet de minsten. Zo zijn onder meer Auguste Renoirs meesterwerk Le Moulin de la Galette (1876), Matador (1970) van Pablo Picasso en Fernand Légers Composition aux trois figures (1932) geselecteerd voor de tentoonstelling in het museum in Beijing.

Het is de eerste keer dat zulke beroemde meesterwerken uit de collecties van de grote Franse musea zijn bijeengebracht. De schilderijen zijn afkomstig uit het Louvre, Versailles, Musée d’ Orsay, Musée Picasso en het Centre Pompidou. De totale waarde van de werken is geschat op zo’n 700 à 800 miljoen euro op zijn laagst.

Eén belangrijk werk ontbreekt in de tentoonstelling: La Liberté guidant le peuple (‘Vrijheid leidt het volk’) van Eugene Delacroix, geschilderd ter nagedachtenis van de Juli-revolutie van 1830. Dit werk is erg populair in China, want het evoceert het ideaal van de Chinese Communistische Partij: een boerenrevolutie waarbij de lagere klassen in opstand komen tegen de hogere klassen. Delacroix’s werk werd in 1999 aan Japan uitgeleend, waarna het beschadigd terugkwam. Daarna werd besloten om het niet meer uit te lenen.

De tien Franse meesterwerken zijn deze week veilig in China aangekomen. Daar worden ze vanaf 11 april gedurende negen weken tentoongesteld in het National Museum of China in Beijing.

Deel dit artikel