Charlotte Dorothée barones van Pallandt overleed op 30 juli 1997 in Noordwijk op 98-jarige leeftijd. De beeldhouwster heeft met haar oeuvre een belangrijke plaats weten te verwerven in de Nederlandse beeldhouwkunst van de 20ste eeuw. Zij werd met name geroemd om haar portretten, waarin zij zo treffend de essentie van haar modellen wist te verbeelden. Het laatste werk voor haar overlijden was ook een portret, van een goede vriendin. Zij werkte er zo'n 17 jaar aan... 

Charlotte van Pallandt was één van de eerste vrouwelijke kunstenaars in ons land die zich volledig wijdde aan de beeldhouwkunst, een vak dat tot halverwege de vorige eeuw eigenlijk alleen voorbehouden was aan mannen. Aanvankelijk volgde zij schilder- en tekenles, maar raakt omstreeks 1926 enthousiast voor het beeldhouwen. 

Op de Parijse Académie Ranson leerde Charlotte van Pallandt om in haar beelden aandacht te schenken aan de constructieve ordening van de zichtbare wereld. En in tegenstelling tot veel van haar tijdgenoten is de beeldhouwster hierbij nooit de weg van de volledige abstractie ingeslagen. De natuur bleef hoe dan ook haar grote inspiratiebron. 

Monumenten

Het meest bekende beeld dat Charlotte van Pallandt maakte is het drie meter hoge Wilhelmina-monument uit 1968. Zij deed dit in opdracht van de Rotterdamse Kamer van Koophandel. Uiteindelijk verschenen er drie exemplaren van dit beeld; één in 1968 van hardsteen in Rotterdam en bijna 20 jaar later twee van brons, in Den Haag en Heino. 

In 1974 ontving de beeldhouwster nog een opdracht voor een monument. Nu van de gemeente Noordwijk. Die wilde een beeld voor op de boulevard ter ere van het 150-jarig bestaan van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Reddingsmaatschappij (KNZHRM). Het monument werd geen eerbetoon aan alle redders, maar aan de drie roeiers die in 1919 waren omgekomen bij een reddingspoging. Het eerste ontwerp, een redder met een drenkeling op de rug, viel niet in de smaak bij de burgemeester van Noordwijk. Hij keurde het af omdat de drenkeling op een ‘zak aardappelen’ zou lijken. En hoewel Van Pallandt verder ging met de opdracht, was haar animo weg. Zij maakte nog verschillende ontwerpen om uiteindelijk uit te komen bij een beeld van een redder die een drenkeling in zijn armen draagt. Het beeld gaf haar geen voldoening, omdat het niet meer één geheel vormde.  

Naaktmodel Truus

Behalve deze twee monumenten in opdracht, hield de kunstenares zich ook bezig met een heel ander genre, namelijk het maken van beeldjes waarvoor Truus Trompert model stond. Meer dan 20 jaar inspireerde dit naaktmodel Van Pallandt tot het maken van talloze beeldjes en tekeningen.

Portretten

Toch werd de kunstenares het meest gewaardeerd om haar portretten. Zij was in staat om de essentie van haar modellen treffend te verbeelden. Dat had alles te maken met Van Pallandts visie op een bepaalde persoonlijkheid, die soms plotseling in haar opkwam en doorslaggevend was bij het maken van een goed portret. Zelf zei zij hier ooit over: “Als je aanvoelt hoe iemand is komt het wezen er vanzelf in.” En: “Bij het portret moet je onmiddellijk iets zien dat buiten de gelijkenis omgaat en dat moet je maken.” 

Het laatste meesterwerk van

In de serie 'Het laatste meesterwerk van' neemt de kunstredactie de laatste kunstwerken van een aantal grote meesters onder de loep. Wat wilde de kunstenaar zeggen met het werk, hoe is het tot stand gekomen en heeft de kunstenaar een speciale relatie met zijn laatste werk? 

Smaakverschil

In 1953 kreeg de beeldhouwster opdracht tot het maken van een portretbuste van koningin Juliana. Daarna volgden in de jaren ’50 en ’60 nog veel verschillende portretopdrachten, zowel van de overheid als uit het bedrijfsleven. Zo portretteerde zij onder andere in 1959 jonkheer David Roëll ter gelegenheid van zijn aftreden als hoofddirecteur van het Amsterdamse Rijksmuseum. En een jaar later de scheidend burgemeester van Amersfoort Hermen Molendijk. Haar portretopdrachten vielen overigens niet altijd meteen in de smaak van de geportretteerde of de opdrachtgevers. 

Karakteristieke koppen

Naast portretten in opdracht maakte Van Pallandt ook portretten van vrienden en kennissen. Veel van hen waren al op leeftijd en bezaten karakteristieke koppen. Meestal werkte de beeldhouwster jarenlang aan zo’n portret en maakte zij verschillende uitvoeringen, telkens anders van opvatting. Voorbeelden hiervan zijn de portretten van Albert Termote, haar oude leermeester, die zij in 1929 ontmoette en met wie zij tot aan zijn dood in 1978 contact bleef houden. 

TermoteE.jpg
Constructie voor 'Portret Albert Termote', 1988 en 'Portret Albert Termote', 1984
TermoteE.jpg

Maja van Hall

In 1978 leerde Charlotte van Pallandt in Noordwijk de veel jongere beeldhouwster Maja van Hall kennen via een gemeenschappelijke vriend. Ondanks hun grote leeftijdsverschil kregen de dames een hechte, langdurige vriendschap. Zij bezochten samen exposities, wandelden in het bos, gingen soms naar Parijs en zaten af en toe een uurtje aan zee te praten over het leven. 

Charlotte_MajaE.jpg
Charlotte van Pallandt en Maja van Hall, 1978
Charlotte_MajaE.jpg

Omstreeks 1980 begon Van Pallandt aan haar laatste werk, een portret van Maja van Hall, die zij ‘zelf een kunstwerk’ noemde. Waar de beeldhouwster in het verleden bij het maken van een portret een bestaand idee verder uitwerkte door het opnieuw vorm te geven in een telkens andere uitvoering, hield zij het nu met dit portret van Van Hall bij het concept van één beeld.

VanHall2E.jpg
'Portret van Maja van Hall', 1980-1997 en Maja van Hall poseert 
VanHall2E.jpg

De kunstenares is lang met dit laatste werk bezig geweest, wel zo’n 17 jaar. Soms liet zij het beeld meerdere maanden rusten, ook in verband met een operatie aan haar ogen, om er daarna weer mee verder te gaan. Het gipsen portret van Maja van Hall werd uiteindelijk niet in brons gegoten, maar door ‘artigiani’ in Pietrasanta uit graniet gehakt.  

Met het klimmen der jaren werd het voor de oude Charlotte steeds lastiger om zelfstandig te wonen en in haar ‘duinatelier’ te werken. Vriendin Maja zocht voor haar een verzorgingsflat in Noordwijk. Van daaruit bezocht de kunstenares overdag haar aangehouden appartement om te kunnen boetseren. In 1997 overleed Charlotte van Pallandt, vlak voor zij 99 zou worden. 

De portretkunst neemt in het oeuvre van Van Pallandt de belangrijkste plaats in. Kennelijk was deze manier van scheppen voor haar, ook nog op hoge leeftijd, het meest interessant. Zelf merkte zij daar ooit over op: “In elk portret wil ik het wezen van de geportretteerde weergeven. Eerst zoek ik de opbouw en de compositie, dan maak ik het zo realistisch mogelijk. De weg van de realiteit naar de abstractie is niet voor niks. Karakteristieke punten van zo’n kop moeten er absoluut inzitten, dan kan ’t niet anders als lijken.”

De tentoonstelling 'Charlotte van Pallandt - Kunst als levensdoel' zie je tot en met 1 september in Museum de Fundatie in Zwolle.

Deel dit artikel