Elke week kunt u hier meer lezen over het verhaal achter een bekende, of juist voor het grote publiek onbekende, opera. Verrassend, verwarrend, emotioneel of bombastisch: opera kent vele vormen. Vorige week ging deze rubriek over Berlioz’ opera Benvenuto Cellini uit 1838; muziek die zijn tijd vooruit was. Deze week gaat het over een andere vernieuwer binnen de muziek: de Oostenrijkse Alban Berg en zijn controversiële opera en laatste werk, ‘Lulu’.

Bekijk de tweede aflevering van Bloed, zweet en aria's, waarin de door William Kentridge geregisseerde opera Lulu te zien is.

In de aflevering van Bloed, zweet en aria's van deze week maken we kennis met Pierre Audi, al meer dan 25 jaar het creatieve brein achter De Nationale Opera. DNO bekend staat bekend om durf en vernieuwingsdrang en een voorbeeld daarvan is de opera Lulu, door hun gespeeld in een regie van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge. Kentridge liet zich voor zijn regie inspireren door stomme films uit de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, de tijd waarin de opera Lulu werd geschreven.

Worsteling

Componist Alban Berg (1885 - 1935) worstelde tot aan zijn dood in 1935 met het voltooien van Lulu. Het was Friedrich Cerha (1926) die pas in 1979 de orkestratie van de derde akte afmaakte. Tot die tijd werden alleen de eerste twee akten opgevoerd, met een paar delen uit de Lulu-Suite als afsluiting.

Femme fatale

Het verhaal van de opera komt uit twee toneelstukken van Frank Wedekind. De stukken gaan over de aantrekkelijke jonge danseres Lulu, die met haar naïeve charmes veel slachtoffers maakt. Alle mannen – en een enkele vrouw − begeren haar; maar wie met haar trouwt, is ten dode opgeschreven. Schuld of onschuld: dat is de grote vraag. Lulu stijgt met elke nieuwe man die ze verovert op de maatschappelijke ladder. Ze is hard en berekenend, maar tegelijk ook een prooi van anderen.

Weense school

De muziek in Lulu is modern en expressionistisch. De Weense Alban Berg nam op zijn negentiende muziektheoretische lessen bij componist en muzikale pionier Arnold Schönberg. Tijdens die lessen ontdekte Berg pas echt dat hij Componist wilde worden. Tegelijkertijd werd hier de basis gelegd voor de zogenaamde Tweede Weense School: een groep componisten die zich radicaal afsplitste van de klassieke traditie.

Radicale compositie

Alban Berg volgde Schönberg (samen met diens andere leerling Anton Wébern) in het gebruik van een radicale nieuwe compositietechniek: ‘dodecafonie’, ofwel de twaalftoonstechniek. Het uitgangspunt van deze techniek is dat er geen noot belangrijker is dan de ander. Elk muziekstuk heeft één eigen basisreeks, met alle twaalf de tonen van het octaaf in een bepaalde volgorde. Die reeks wordt vervolgens op alle mogelijke manieren toegepast: gespiegeld, twee keer zo snel, in palindroomvorm, enzovoort. Elk fragment uit de muziek is uiteindelijk tot die ene basisreeks te herleiden. Het gaat om een compositietechniek, daarom is het lastig te herkennen op het gehoor. Onderaan deze pagina ziet u een uitvoering van de opera Lulu: kunt u de techniek terugvinden in de muziek?

Controversieel

Iedereen die wel eens naar de muziek van Alban Berg of de Tweede Weense School heeft geluisterd, zal begrijpen dat het controversieel was, en nog steeds is. Zo zijn er veel raar-klinkende en dissonante klanken te horen, en is het moeilijk samenhang te vinden. Alle vormen van structuur die de muziek al honderden jaren had waren bij deze nieuwe stroming ineens volledig weggevallen.

Vernieuwend

Niet iedereen was hier over te spreken, zoals in het artistieke weekblad ‘De Kunst’ uit 1936 stond: “Werk als dat van Alban Berg heeft met wáre muziek alléén gemeen: dat het ook op notenbladen is geschreven.” (Delpher.nl) De Telegraaf was over deze spannende nieuwe muziek een stuk enthousiaster: “… men voelt – zoo gaat het mij althans – wat zich aan waarde openbaren zal zoodra het oor het waarlijk op zal kunnen nemen: een zo verre en zoo rijke en zoo groote wereld als een Debussy eens opende…” (Delpher.nl) Ook Schönberg keek met enthousiasme naar de ontwikkelingen: “Ik voel lucht van een andere planeet”. In die tijd heerste bij het volk het idee dat het Weense culturele leven weinig vernieuwing bood. Daarmee kwam ook een behoefte om te choqueren. Zo leidde een lied van Berg in 1913 zelfs tot een vechtpartij in het publiek.

Insectenbeet

Nadat Berg zich los begon te maken van zijn strenge leermeester Schönberg, met wie hij een lastige relatie had, begon hij pas echt zijn eigen stijl te ontwikkelen. Zijn doorbraak bij het grote publiek was zijn eerste opera ‘Wozzeck’, in 1925. Dit operasucces smaakte naar meer en hij ging op zoek naar een onderwerp voor zijn volgende opera. Zo kwam hij bij de omstreden toneelstukken van Frank Wedekind uit, over de aantrekkelijke danseres Lulu. Zij was het ultieme voorbeeld van een ‘femme fatale’. Het schrijven van deze opera ging traag en Berg heeft het laatste deel nooit afgemaakt. Hij stierf op kerstavond 1935, vermoedelijk door de gevolgen van een insectenbeet. 

Verlangen

Lulu is de eerste opera die nauwkeurig het twaalftoonssysteem volgt. De muziek is niet makkelijk, zeker niet voor de ‘ongetrainde’ luisteraar. Toch is het een gewaardeerde en vaak opgevoerde opera. De belangrijkste succesfactor is de ruimte voor interpretatie die het de regisseur biedt. De mooie danseres Lulu kan beter gezien worden als een abstracte vertegenwoordiging van ‘het verlangen’. Het personage ontwikkelt zich ook nauwelijks in de opera; ze past zich telkens aan de situatie aan. Het verhaal van Lulu is dus ondergeschikt aan de ideeën die de opera uitdraagt. Berg vond de opera goed passen bij de nieuwe richting van de kunst die begin van 20e eeuw was ontstaan. Deze gedachte lijkt tegenwoordig nog steeds te gelden: de opera wordt nog regelmatig opgevoerd en behoudt elke keer zijn moderne karakter.

Luister naar deel 1 van de Lulu Suite, gespeeld door de Wiener Philharmoniker:

 

Deel dit artikel