Vanaf 12 februari 2015 presenteert het Rijksmuseum voor het eerst in twintig jaar een tentoonstelling met de late werken van Rembrandt van Rijn. Vanuit vooraanstaande musea uit Europa en de VS zijn werken van Rembrandt bij elkaar gebracht om zijn late periode, van circa 1652 tot 1669, te belichten.

De late periode van Rembrandt

De periode 1652 tot 1669 was een zware tijd in Rembrandts leven. Met ruzie en juridische processen waren Rembrandt en zijn voormalige minnares uit elkaar gegaan en omdat Rembrandt de leningen van zijn huis niet meer kon afbetalen, werd zijn faillissement aangevraagd. Ondanks alle financiële en emotionele tegenslag, hield Rembrandt zich staande en maakte hij juist in deze periode het merendeel van zijn meest bezielende en intieme werken, zoals de portretten van zijn minnares Hendrickje, badend in een rivier (1654) en vriend Jan Six (1654).

Het ‘sprekende’ schilderij

Hoewel ‘fijn en gedetailleerd werk’ de heersende mode van deze tijd was, voelde Rembrandt zich niet geroepen om hierin mee te gaan. Rembrandt schilderde zelf met een iets ruwere, expressievere verfstreek. De schilderijen werden gemaakt op een groter formaat dan eerder in zijn loopbaan en de kleuren werden feller. Wat Rembrandts latere werken – met name zijn portretten – zo bijzonder maakte, was het feit dat Rembrandt op uitzonderlijke wijze het karakter en de emotie van de geportretteerde goed vast wist te leggen: het schilderij ‘spreekt’.

De tentoonstelling Late Rembrandt is in het Rijksmuseum te zien vanaf 12 februari t/m 17 mei 2015.

Deel dit artikel