Je zou verwachten dat historische meesterwerken minutieus geschilderd werden en dat schilders daar bijna letterlijk een eeuwigheid over deden. Maar zo'n gedetailleerd meestwerk kon ook gewoon uit de losse pols geschilderd worden. Tenminste, zo deed Peter Paul Rubens (1577-1640) dat: hij maakte vele zogeheten olieverfschetsen. 

De schetsen die Rubens maakte werden gemaakt ter voorbereiding van schilderijen en zijn andere opdrachten, zoals prenten en tapijten, legt conservator Friso Lammertse uit. 'Bij grote opdrachten is het gebruikelijk dat de kunstenaar een schets maakt voor de opdrachtgever, vaak mensen uit de hoogste kringen in Europa zoals vorsten. Als jij dan een groot schilderij laat zien sta je al met 1-0 voor'. Ongeveer 450 olieverfschetsen van Rubens zijn bewaard gebleven. 'Hij was niet de eerste die de schetsen maakte, maar wel de eerste die dat op zo'n grote schaal doet. Het lijkt erop dat Rubens schilderen net zo makkelijk, zo niet makkelijker vindt dan tekenen.' Museum Boijmans van Beuningen toont vanaf 8 september een groot overzicht van de olieverfschetsen van de Vlaamse schilder.

Museumdirecteur van het Frans Hals Museum Ann Demeester bekijkt in Nu te Zien! op 27 september om 22:45 uur op NPO2 de vijfenzestig beroemde olieverfschetsen uit die tentoonstelling.

Olieverf droogt toch heel langzaam?

Rubens gebruikte olieverf voor zijn schetsen. Eeuwenlang hebben kunstenaars olieverf gebruikt. Veel van de historische meesterwerken zijn met olieverf geschilderd. Wie een dikke laag verf gebruikte kon - afhankelijk van factoren als licht en temperatuur - soms wel een jaar wachten tot het werk droog was. Heel handig voor het corrigeren of verbeteren van je werk, maar niet echt handig als je op relatief korte termijn een voorbeeld van je werk aan opdrachtgevers wilde laten zien. Daarom gebruikte Rubens een soort pigment, loodwit, die de olie sneller liet drogen. Zo kon hij de volgende dag weer verder met schilderen.

Tegen de wil van de Franse koningin

Toch wilde Rubens zijn schetsen niet altijd laten zien. 'In een van de mooiste brieven over Rubens schrijft een vriend aan het Franse hof dat de koningin van Frankrijk een paar schetsen wil zien. Rubens weigert dat omdat hij dan niets meer zou kunnen veranderen tijdens het maken. De zoete vrijheid om te veranderen, laat ik mij niet afnemen, zegt hij. Als je dat in de zeventiende eeuw tegen een Franse koningin durft te zeggen, heb je lef. Dan sta je echt voor je schilderkunst'. 

Met een onwaarschijnlijk losse toets weet hij pure emoties over te brengen
Conservator Friso Lammertse

Schaalmodellen die niet kloppen

In Het Geheim van de Meester ontleed het team het werk Minerva overwint de onwetendheid van Rubens. Ook dit werk is een schets: het uiteindelijke werk is te bewonderen als plafondschildering in het Palace of White Hall. Hier stuitte Rubens wel op een probleem; de maateenheden waren in de 15e en 16e eeuw nog niet in heel Europa hetzelfde, dus paste het schaalmodel - de schets dus - niet op het paneel van het plafond. Hierdoor is het hoofd van de Onwetendheid voor een deel weggevallen. 

Het Geheim van de Meester over Minerva overwint de onwetendheid

Levensechte menselijke huid

Volgens Lammertse komt er een fysieke kracht uit de schetsen van Rubens: 'De mensen leven écht. Bij Rubens wordt je opgetild. Hij wil, zo schrijft hij zelf ook, emoties raken. Hij weet dat te bereiken door een ongelooflijk losse toets. Dat is zijn grote kracht'. Rubens haalt volgens de conservator zijn inspiratie uit de Klassieke Oudheid, maar probeert die te overstijgen. 'Hij kopieert het niet alleen, maar wil er ook meer mee doen. Hij schrijft dat andere schilders de fout ingaan door bij de klassieke beelden bijvoorbeeld het gesteente te imiteren. Je moet de houding imiteren, niet het materiaal, vindt hij'. Zo schildert Rubens de menselijke huid alsof het levensecht is. 'Er is niemand die de menselijke huid beter schildert dan hij. Hij vermenselijkt de klassieke beelden volkomen. Hij brengt er leven in. Je wilt ze bijna aanraken. 

God van de schilders

Rubens is dé schilder van zijn tijd als hij na een verblijf van acht jaar in Italië terugkeert naar Antwerpen. 'Hij wordt de god van de schilders genoemd en heeft de opdrachten voor het uitkiezen.' Toch is hij vooral in Nederland niet net zo populair als in andere landen, vooral omdat hij volgens Lammertse sinds de negentiende eeuw wordt vergeleken met Rembrandt. Die laatste zou diep-menselijk en niet-artificieel zijn terwijl Rubens barok, hol en juist artificeel is. 'Dat beeld moeten we bijstellen'. Volgens de conservator komt dit beeld door de scheiding van Nederland en België in 1830. Nederlanders gaan op zoek naar een nieuwe 'koning der schilders' en dat wordt Rembrandt terwijl Rubens dat voor de Belgen blijft. 'Rubens kijkt naar Italië en, is de representant van het katholieke geloof van de zeventiende eeuw en van absolutistische vorsten. Wij zijn de republiek, burgerlijk. Al Rubens' idealen zijn dat niet. Dit speelt allemaal in negatieve zin een rol in de beeldvorming.' 

De tentoonstelling Pure Rubens toont een groot overzicht van de olieverfschetsen van Rubens en is tot en met 13 januari 2019 te zien in Museum Boijmans van Beuningen. 

Deel dit artikel