Achter de poorten van een industrieel monument op de Amsterdamse NDSM-werf verrijst dit jaar het grootste street art museum ter wereld. Initiatiefnemer Peter Ernst Coolen licht een tipje van de sluier op.

In steden als Philadelphia en New York krabbelen rebelse graffitikunstenaars in de jaren 60 hun zelfverzonnen naam of rauwe tekeningen op muren, bruggen en metrostellen. Niet veel later is het ook raak in de straten van Amsterdam. In de jaren 70 en 80 wordt alles wat los- en vastzit onder handen genomen door kunstenaars als Hugo Kaagman, Delta en Shoe. Wat begon als een illegale uiting van onvrede en schoppen tegen regels, is uitgegroeid tot een bloeiende, internationale kunstvorm. In veel steden kun je prachtige murals (muurschilderingen) ontdekken. Gemeentes en ondernemers schakelen straatkunstenaars inmiddels zelf in om wijken op te fleuren. En steeds vaker verlaat street art de openbare ruimte om op te duiken in galeries en musea.

Ons kleinste werk is groter dan De Nachtwacht

Van een krabbel op een muur tot geaccepteerde hedendaagse kunstvorm. Street art is de undergroundcultuur ontgroeid, ook in Nederland. In de Amsterdamse Lasloods, een industrieel Rijksmonument met een oppervlakte van ruim 7000 m², wordt druk gewerkt aan het grootste street art museum ter wereld. Initiatiefnemer Peter Ernst Coolen heeft nooit durven dromen dat zijn idee zó groots zou uitpakken. ‘De eerste tien kunstwerken zijn in 2015 in één dag gemaakt tijdens het jaarlijkse King Spray Festival op het NDSM-terrein’, vertelt hij. ‘Het plan was om deze werken op te hangen in de Lasloods, waar een maandelijkse vlooienmarkt plaatsvindt. De organisatoren wilden de muren rondom de markt graag wat meer kleur geven door middel van kunst. Het was de eerste stap in de richting van een museum.’ 

Het museum cureert geen bestaand werk – dat is altijd lastig met kunst die voor en op straat wordt gemaakt – maar laat alle werken speciaal voor het museum maken. De collectie telt zo’n tweehonderd werken en de meesten daarvan zijn gigantisch. ‘Wat ik me eerst niet realiseerde, is dat in een grote hal als de Lasloods een kunstwerk van vijf bij tweeënhalve meter eruitziet als een ansichtkaart aan de muur’, zegt Coolen. ‘Ons kleinste werk is dan ook groter dan De Nachtwacht.’ 

Van sjabloondruk tot abstracte werken en installaties

Hoort straatkunst eigenlijk wel thuis in een museum? Het is een vraag die Coolen vaak gesteld krijgt. ‘Street art is een wereldwijd fenomeen en het wordt tijd dat we er op een serieuze manier aandacht aan besteden’, zegt hij. ‘Zodra werk van een straatkunstenaar in een museum komt te hangen, gaat het vluchtige ervan af. Er is meer tijd om een werk te maken en het blijft bewaard. Verder geeft een museum de mogelijkheid om op een grotere schaal te werken, in plaats van een muurtje op straat.’ 

In het nieuwe museum zal de hele breedte van de kunstvorm te zien zijn, zegt Coolen. ‘Van sjabloondruk tot abstracte werken en installaties. De kunstenaars komen uit alle hoeken van de wereld: van Latijns-Amerika tot Italië en uiteraard ook uit Nederland.’

Honderden grote kunstwerken tussen de oude hijskranen

Aan de gevel van het te openen museum prijkt sinds enkele jaren een mural van Anne Frank van de Braziliaanse kunstenaar Eduardo Kobra. Hoe het museum gaat heten en welke kunstenaars precies zullen exposeren, houdt Coolen liever nog even voor zich totdat een definitieve openingsdatum bekend is. Die is afhankelijk van hoe snel de rennovatie van de Lasloods verloopt. Als het museum eenmaal open is, kunnen bezoekers zich vergapen aan honderden grote kunstwerken in een indrukwekkende industriële ruimte. ‘De werken zullen zij aan zij hangen met de oude hijskranen in een ruimte die 24 meter hoog is’, zegt Coolen enthousiast. ‘Het rauwe van het gebouw gaat de ervaring extra bijzonder maken.’

Het street art museum op de NDSM-werf in Amsterdam wordt deze zomer geopend.

Deel dit artikel