Met schilderijen die spatten van de energie groeide A.R. Penck (1939-2017) uit tot een van de belangrijkste naoorlogse Duitse kunstenaars. Het Kunstmuseum Den Haag brengt een imposant overzicht van zijn dynamische werk met een bijtende boodschap. Te zien tot en met 27 september!

In Nu te Zien! reizen museumdirecteuren het hele land door om kijkers te wijzen op tijdelijke tentoonstellingen die je niet mag missen! Daarnaast tipt de online redactie elke week een tentoonstelling die Ook te Zien! is.  

Autodidact

De vijfjarige Ralf Winkler woont aan de rand van Dresden, in een buitenwijk die iets hoger ligt dan het centrum. Op 13 en 14 februari 1945 ziet hij hoe vliegtuigbommen de stad in lichterlaaie zetten. Als kind begrijpt hij de ernst van het apocalyptische beeld niet. ‘Stalin heeft Hitler verslagen’, schrijft hij niet veel later op een papiertje. Er breekt een nieuw tijdperk aan. Aanvankelijk wil Ralf muzikant worden, maar hij ziet er tegenop om heel gedisciplineerd te moeten studeren. Hij besluit kunstenaar te worden. Hoewel hij wordt afgewezen op de academies in Dresden en Berlijn gaat hij door. Hij probeert zo goed te schilderen als Rembrandt en imiteert Picasso’s werkwijze. Langzaam ontwikkelt hij zijn eigen stijl met sterke contrasten, hoekige lijnen, punten, letters, cirkels en tekens. Vooral herkenbaar zijn Winklers stokfiguren: mensen die zijn gereduceerd tot een paar eenvoudige lijnen, waarbij de handen vaak extra groot zijn aangezet.

a.r.penck---zwart-wit.jpg
Bron: Birkelsche Stiftung for Künst und Kultur
A.R. Penck, T IV, 1981
a.r.penck---zwart-wit.jpg

Smokkelkunst

In 1965 leert hij Michael Werner kennen, een jonge West-Duitse galeriehouder met wie hij zijn leven lang bevriend zou blijven. Drie jaar later ontmoeten ze elkaar in een bos buiten Dresden, waar de kunstenaar een pakket met opgerolde schilderijen overhandigt. De schilderijen worden naar West-Duitsland gesmokkeld en in Keulen geëxposeerd onder het pseudoniem A.R. Penck, naar de geoloog Albrecht Penck die verschillende ijstijden in kaart bracht. Want dingen in kaart brengen, dat wil Winkler ook. Maar dan met kunst. Hij wil de Oost-Duitse werkelijkheid op een systematische manier verbeelden. De stokfiguren hebben daarbij een belangrijke rol. Voor Penck vormen ze de basis voor Standart, een nieuw communicatiesysteem waarin teksten, symbolen en afbeeldingen worden gecombineerd.

a.r.penck---tijger.jpg
Bron: Galerie Michael Werner
A.R. Penck, How it worksm 1989
a.r.penck---tijger.jpg

Nieuwe Wilden

Penck wordt in de jaren zeventig gezien als een vertegenwoordiger van de Nieuwe Wilden, een stroming die ook wel bekend staat als het neo-expressionisme. De kunstwereld wordt in die tijd gedomineerd door minimal art en performancekunst. Het handschrift van de kunstenaar is niet zo belangrijk meer, schoonheid wordt gezien als ouderwets. Kunst is een intellectuele exercitie geworden in plaats van visueel genot. De Nieuwe Wilden, die aanvankelijk vooral in Duitsland actief zijn, gaan tegen de tijdsgeest in figuratief schilderen in de traditie van expressionisten als Emil Nolde, Max
Beckmann en Ernst Ludwig Kirchner. Hun schilderijen zijn brutaal en energiek. 

a.r.penck---golf.jpg
Bron: Birkelsche Stiftung for Künst und Kultur
A.R. Penck, Golf, 1990
a.r.penck---golf.jpg

Grip op de werkelijkheid

Pencks maatschappelijke commentaren worden in de grote overzichtstentoonstelling in het Haagse Kunstmuseum gecombineerd met zelfportretten. Het schilderen van zijn eigen hoofd is voor Penck een manier om grip op de werkelijkheid te houden. Eerst moet hij zijn naam veranderen, daarna wordt hij min of meer gedwongen naar een ander land te verhuizen. Door zijn eigen hoofd te schilderen, kijkt hij naar zichzelf. Maar de zelfportretten zijn ook vaak een aanleiding om een nieuwe werkwijze te onderzoeken. En als Penck zijn eigen hoofd reduceert tot cirkels, vierkanten en driehoeken, bewijst hij ook nog over een flinke dosis humor te beschikken.

Deel dit artikel