De gebroeders Bauer laten Engeland achter zich en rijden richting de Highlands van het Gemenebest. Eenmaal aangekomen in het Schotse Glasgow laten ze zich direct een heuse kilt aanmeten.

Hoewel ze enige moeite hebben met het verstaan van het lokale dialect van de verkoper, slagen ze erin een passende outfit te kiezen. Nadat Frans en Dorus alles te weten zijn gekomen over de doedelzak, bezoeken ze een haggis-fabriek. Haggis is een lokaal vleesgerecht gemaakt van schapenhart, -long en -lever, vermalen met dierlijk vet. Dé Schotse delicatesse die zich qua inhoud het beste laat vergelijken met de door Frans zo gewaardeerde Nederlandse frikadel. Later op de dag hebben de broers een ontmoeting met de Nederlanders Conny en René in Fort William. Bij de rondleiding door hun Bed & Breakfast maken ze voor het eerst kennis met de bijgelovigheid van de Schotten, meerdere gasten zweren namelijk dat er een geest in ‘de blauwe kamer’ zou zitten.

Deel dit artikel