In Tussen Kunst en Kitsch vanuit Kasteel Groeneveld, Scheepvaartmuseum en Museum Beelden aan Zee taxeert Willem de Winter een schilderij, Titia Reuser een vanity box en Emiel Aardewerk miniatuur zilver.

Tussen Kunst & Kitsch,  Kasteel Groeneveld Baarn, 15 mei 2017

Schilderij


Voorstelling: appels aan de boom


Maker: Jacobus van Looy (1855-1930)


Herkomst: Haarlem en omstreken


Datering: ca. 1920


Materiaal: olieverf op paneel

Afmetingen: 39 cm hoog, 31 cm breed



De inmiddels overleden echtgenoot van mevrouw kocht dit schilderij zo’n vijftig jaar geleden van een aangetrouwde tante. Het hing al jaren bij die tante thuis, maar zij vond het zelf niet zo mooi. Meneer betaalde er vijfhonderd gulden voor.

Expert Willem de Winter vertelt dat dit schilderij is gemaakt door Jacobus van Looy. Hij was een dubbeltalent; hij kon zowel goed schrijven als goed schilderen. Er is zelfs een vijfjaarlijkse prijs voor dubbeltalenten naar hem vernoemd, die is al gewonnen door mensen als Wim T. Schippers, Armando en Lucebert.

Van Looy zat lang in een weeshuis en schreef daar autobiografisch werk over. Hij vertaalde ook boeken, onder meer Shakespeare. Men omschreef zijn taalgebruik als ‘schilderend met woorden’. In zijn schilderijen spelen sferen en kleuren een grote rol. Hij schilderde veel bloemen en vruchten uit zijn eigen tuin, het Teylers Museum kocht een paar jaar geleden het grote schilderij met een bloemenzee ‘De Tuin’ aan. In zijn tijd was er niet veel belangstelling voor zijn werk, maar zijn collegaschilders hadden een hele hoge waardering voor hem. Dit schilderij met appels is een heel fris, impressionistisch schilderij.

Tussen Kunst & Kitsch,  Scheepvaartmuseum Amsterdam, 30 januari 2017

Vanity box


Herkomst: Duitsland


Datering: 1940-1950


Materiaal: goud en safier



De eigenaresse zocht een kleine asbak om mee te nemen als ze op stap ging. Haar moeder vond dit tasje, het was van familie uit Duitsland. Maar de dochter vraagt zich af of dit wel echt een asbak is…daarom komt ze naar Tussen Kunst en Kitsch.

Expert Titia Reuser vertelt dat het een ‘vanity box’ is, een handtas van een chique dame. De buitenkant is gemaakt van 18-karaat geelgoud en de drukknopjes met diamant. Men droeg dit om de pols, met bijpassende japon. Het was een soort sieraad, het was niet passend om een tas of portemonnee mee te hebben maar dit had wel allure. In het kistje zit een spiegeltje, een donsje om te poederen, een lipstickhouder, en een ivoren balboekje. Het potloodje ontbreekt helaas, maar er zit wel ook een strijkstrip aan om lucifers af te strijken, voor de ‘ladycigarettes’ die erg in schwung waren.

De ketting is mogelijk niet origineel, maar verder is het in mooie staat. Dit soort vanity boxen werd vooral in Frankrijk en Amerika gebruikt, op grote bals en feesten. De Nederlandse variant is vaak van zilver en veel eenvoudiger.

Tussen Kunst & Kitsch, Museum Beelden aan Zee Scheveningen, 1 mei 2017

Miniatuur zilver

Voorstelling: vogelkooi, mand en lantaarn

Herkomst: Nederland

Maker: Pieter van Somerwil

Datering: vogelkooi: 1736, lantaarn: 1680, mand:1700

Materiaal: zilver 

Afmetingen: 6 bij 8 cm

Deze drie stukken horen bij een collectie van zo’n veertig stukjes miniatuurzilver en komt uit de erfenis van de familie van de man van mevrouw. De opa van haar man kocht de zilverstukjes op bij pandjeshuizen en zo werd zijn verzameling steeds groter. Ze hebben het nu zelf in de kluis staan en zijn van plan om het te verkopen.

Expert Emiel Aardewerk vertelt dat de vogelkooi is gemaakt door Pieter van Somerwil, een Amsterdamse zilversmid die zich specialiseerde in miniatuur zilverwerk. Amsterdam was een onwaarschijnlijk rijke stad rond de 18e eeuw. Alleen in de hoofdstad werkte er al rond de 300 zilversmeden. De vraag naar zilver was zo groot, dat smeden zich konden specialiseren in servies, bestek of miniatuur.  Het miniatuurzilver werd verzameld voor in poppenhuizen, een kabinet (kast) werd dan omgebouwd tot mini grachtenpand. Het werd vooral door dames in Amsterdam verzameld en niet door kinderen. Het werd ingericht net zoals het er thuis uitzag met marmeren vloeren en stucwerk in het plafond. Sommige poppenhuizen waren net zo duur als de grachtenpanden zelf. Het was dan ook een hobby echt voor de nouveau riche die begon in de tweede helft van de 17e eeuw en het werd pas echt een rage in de 18e eeuw. Steeds meer zilversmeden gingen zich daarom ook specialiseren in het miniatuurzilver.

De vogelkooi hing in de keuken en werd gebruikt als rookmelder. Als het vogeltje van zijn stokje ging, wist je dat er iets mis was. De lantaarn hing ook in de keuken, deze miniatuur versie komt uit de 17e eeuw, ook uit Amsterdam. De gevlochten mand is rond 1700 gemaakt. De gele gloed duidt op verguldingsresten. Vergulding zat op de lantaarn en duidt erop dat het stukje in de negentiende eeuw in Engeland is geweest. In de 19e eeuw werd het verzamelen van miniaturen ook daar populair en alles werd daar verguld.

 

Deel dit artikel