Na een lange reis uit Noord-Afrika, waar ze overwinterd hebben, komen de lepelaars in februari Nederland weer binnen. Deze trektocht terug naar Nederland kan soms wel twee maanden duren. 

Lepelvormige snavel

De lepelaar is een opvallende verschijning. Zoals zijn naam al doet vermoeden heeft hij een lepelvormige snavel met op de voorkant een gele vlek. De vacht van de lepelaar is wit en ze hebben een oranjegele borstvlek. Ook hebben ze lange kopveren die samen een dikke kuif vormen. De lepelaar kan tot wel 93 centimeter lang worden. Jonge lepelaars hebben een vleeskleurige snavel en de oranjegele borstvlek ontbreekt.

Broedkolonie

De lepelaars broeden graag in een kolonie samen met zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen. Een grote (broed)kolonie schrikt namelijk vijanden af. Ze broeden van eind maart tot en met eind juli. Ze leggen maar één keer paar jaar eieren, dit zijn er dan meestal vier. Voordat de eieren uitkomen moet er natuurlijk een nest worden gebouwd. Het nestmateriaal bestaat uit riet, waterplanten en gras. Daarnaast bouwen de lepelaars het nest zo hoog mogelijk, zo worden de eieren beschermd tegen hoog water. Na ongeveer vijfentwintig dagen komen de eieren allemaal tegelijk uit, dan moeten de ouders écht aan de bak. Ze gaan dan op zoek naar garnalen en jonge visjes en die voeren ze vervolgens via de krop (tijdelijke opslagplaats voor voedsel in de keel) aan hun kroost. Na ongeveer zeven weken zijn de kuikens vliegvlug en na drie à vier jaar zijn de jonge lepelaars geslachtsrijp. Vaak zijn de jonge vogels nog te vinden in de buurt van de broedkolonie.

Leefgebied van de lepelaar

Je vindt de lepelaar vooral op de Waddeneilanden en in de duinvalleien. In het binnenland zie je ze vaak in moerasgebieden met veel waterriet. De lepelaar vindt zijn voedsel in het water. De vogel loopt door ondiep water, waarbij hij zijn snavel op en neer beweegt. De snavel is erg gevoelig, hierdoor is voedsel onder water opsporen een eitje voor de lepelaar. Ze eten graag vis, waterdieren, slakken, insecten en wormen. Het voedselgebied strekt zich uit tot op 40 kilometer van de kolonie. In de nazomer verhuist de kolonie naar grote wateren waar genoeg voedsel aanwezig is en er veilige rustplaatsen zijn.

Bedreigde diersoort

De lepelaar was een bedreigde diersoort; zo waren er in 1970 nog maar 170 paren en nu zijn er maar liefst 2500 paren te vinden in Nederland. De stijging in broedparen in Nederland zorgde ook voor nieuwe paren in Engeland, Frankrijk, België en Duitsland. De meeste paren in Nederland broeden in het Wadden- en Deltagebied. De lepelaar is vanaf februari tot september/oktober in Nederland, hierna gaan ze weer terug naar hun overwinteringsgebied.

Deel dit artikel