Als in het najaar de dagen weer korter worden, wordt ons land in grote getalen bezocht door wintergasten. Vogelsoorten die in de zomer rond de poolcirkel leven, komen overwinteren in Nederland. Maak kennis met deze wintergasten!

Brandgans

Brandganzen zijn één van de vele wintergasten. De brandgans heeft een zwarte snavel en zwarte poten. De vleugels bevatten een karakteristiek patroon van zwart-witte strepen. Zoals alle ganzen zijn zij ook herbivoor; ze eten naast gras ook veel zaden.

Kolgans

In de buurt van de brandgans tref je ook vaak de kolgans aan. Deze gans dankt zijn naam aan zijn witte kol rond de roze snavel. Hij heeft oranje poten en onregelmatige strepen op de buik. Het is de meest voorkomende wintergans.

Kolganzen

Toendrarietgans

Uit Noord-Rusland komen de toendrarietganzen, die zijn vooral te vinden op akkers. Ze hopen op deze akkers veel oogstresten te vinden. De gans is te herkennen aan de zwarte snavel met een oranje streep. De meeste toendrarietgasten trekken uiteindelijk wel door naar Zweden.

Toendrarietganzen

Rotgans

Een andere gans die vooral bij de kust en op eilanden te vinden is de rotgans. De kop en snavel zijn helemaal zwart, op de witte streep op zijn hals na. Hij dankt zijn naam aan de herkenbare roep.

Rotganzen

Dwerggans

De kleinste, grijsbruine wintergans is de dwerggans. Hij heeft een zeer korte snavel met een witte vlek erboven. Ook heeft hij een opvallende gele ring rond zijn oog. De dwerggans is een bedreigde soort, er overwinteren maar een paar honderd exemplaren in Nederland.

dwerggans

Wilde zwaan

Er overwinteren ook maar weinig wilde zwanen in Nederland, maar ongeveer 2.500 individuen. De wilde zwaan heeft op zijn snavel een driehoekige vlek. Hij overwintert graag in weilanden. Aanvankelijk eet de zwaan vooral waterplanten, maar als de plassen en meren dichtvriezen, dan schakelt de wilde zwaan over op gras en oogstresten.

Wilde zwaan

In het begin van het voorjaar zoeken alle wintergasten het hoge noorden weer op en verlaten ze Nederland.

Deel dit artikel