Jasper Krabbé voor een ezel

Jasper Krabbé: 'Vaak kiest het materiaal mij, niet andersom'

- 6 min lezen

Om te weten hoe een portret tot stand komt, geeft kunstenaar Jasper Krabbé ons een unieke inkijk in zijn werkwijze. Waarom gebruikt hij verschillende objecten, die vaak niet als schildermateriaal worden gezien, om op te schilderen? En hoe kiest hij zijn kleuren?

  1. Portretten van Krabbé
  2. Kunst

De sporen van zijn carrière als graffitikunstenaar

‘De weerbarstigheid van materiaal vind ik beeldschoon, dat je nog niet weet hoe de verf pakt.’ Jasper begon zijn carrière als graffitikunstenaar. Voor deze kunstvorm was hij dus veel te vinden op straat en dat heeft zijn sporen nagelaten.

Op straat staan zijn zintuigen nog altijd open voor unieke vondsten, om bijvoorbeeld uiteindelijk op te schilderen of te verlijmen op zijn werken. Denk hierbij aan karton, stukken antiek decordoek en reclameposters, maar ook uitgescheurde bladzijden uit boeken en verhuisdekens.

Krabbé speelt graag met mixed media, waarin hij verschillende materialen en technieken door elkaar heen gebruikt. Zo tref je op zijn schilderijen verf aan, maar ook touw, stukken van postbodezakken en zelfs koffie.

In het programma Portretten van Krabbé treft Jasper tijdens zijn tripje met Kim van Kooten een stuk karton aan naast een container. Hij twijfelt geen moment en begint direct te schetsen op dit gevonden materiaal.

Pallets als doek

'Het gebruik van pallets voor mijn werk is puur uit toeval geboren. Mijn atelier staat op een voormalig fabrieksterrein en het viel mij op dat er onwijs veel pallets lagen. Ze bleken van niemand te zijn, dus heb ik er een paar meegepakt naar de studio. Daar kon ik wel wat mee.

Het aantrekkelijke van een oud pallet zit voor mij in de afmeting. Ze zijn er in verschillende maten, maar de standaardmaat is haast een gulden snede om een schilderij op te maken. Het klopt bij elkaar, ook beeldend gezien. Ze hebben volume en dat maakt het werk ook meer een object dan een schilderij.'

'Niet te bedacht en gladgestreken'

'Iedereen kent ze, maar niet met de associatie van hoge kunst. De functionaliteit van een pallet is letterlijk dragen, maar niet als drager van beeld. Het is meer een praktisch object. Daar speel ik mee. De vorm en onregelmatigheden blijf je voelen, als ik er een doek omheen span, dat geeft een zekere geleefdheid aan het geheel, en daar hou ik van. Niet te bedacht en gladgestreken.

Van Tom Waes maakte ik bijvoorbeeld een studie op een pallet. Ik vond het ‘bulky’ karakter van het werk erg goed bij Tom passen. Ook de slagschaduw die het werk oplevert als het licht erop schijnt, is daarbij erg bijzonder.

Uiteindelijk werd het niet het goede portret, maar dat zat hem meer in de blik. Die was misschien iets te zacht en bleek meer een omzwerving te zijn. Het miste intensiteit, ondanks de keuze voor het raamwerk. Zijn aanwezigheid zat er niet voldoende in.

'Verstoringen in beeld vind ik mooi'

'Op straat staan mijn voelsprieten uit als het gaat om kunst maken, maar ook zien. Voor een groot deel heeft dat te maken met mijn achtergrond als graffiti-artiest. Dan ben je continu op zoek naar goede muurtjes om op te schilderen. Ik zie schoonheid in alledaagse dingen en ik vind het leuk om materialen een nieuw leven in te blazen. Door er zelf mee aan het werk te gaan of om op te gaan werken.

De weerbarstigheid van materiaal vind ik beeldschoon, dat je nog niet weet hoe de verf pakt, maar ook dat je te maken hebt met uitstulpingen of een elektriciteitskastje of een rolluik. Elke ondergrond reageert anders en die verstoringen in het beeld vind ik heel mooi. Dat is dus iets waar ik ook nu nog altijd naar op zoek ben, ook in regulier schildermateriaal.

Ik kan een clean doek kopen, maar daar word ik niet blij van. Dan draai ik ze vaak om, of maak er een collage van door er andere materialen mee te verlijmen. Touw van decordoek, kan ik soms ook ineens gebruiken. Alles wat ik voorhanden heb, kan zomaar worden gebruikt in mijn werken.'

Een poster van 3 bij 4 meter

'Zo was ik een tijd terug koffie aan het drinken om de hoek van mij huis en zag een reclameposter loshangen. Een goed formaat van 3x4 meter. Ik wist meteen dat die van mij moest zijn, dus besloot ik even een kijkje te nemen van dichtbij.

Fun fact: een poster van dit mooie formaat, is dus niet makkelijk te vervoeren. Het is dat ik een vriendelijke buurman bereid vond om mij zijn bakfiets te lenen om het monster te verplaatsen, anders was me dat waarschijnlijk niet gelukt. Uiteindelijk heb ik op de achterkant van die poster het uiteindelijke portret van Tom Waes voor deze serie gemaakt en het klopt gewoon.'

'Vaak kiest het materiaal mij, niet andersom'

'Materiaal waar ik vaak en graag op werk is antiek linnen. Of gebruikt decordoek uit de jaren ’30, maar ook zogenaamde ‘drop cloths’, die door schilders als afdekzeil worden gebruikt. Dat old school afdekzeil is inmiddels steeds moeilijker om aan te komen, want inmiddels gebruiken veel schilders plastic in plaats van dat prachtige zware katoen.

Het is puur associatief of intuïtief en elke keer anders hoe de keuze voor materiaal tot stand komt. Wat mijn interesse wekt op het gebied van materiaal is toch wel hoe het de verf aanzuigt, dus hoe de verf op de ondergrond zit, daar gaat het om. Soms ligt het er te veel op, en van mij mag het juist mooi inzinken.

Het werken met bijzondere materialen als postzakken of antieke decordoeken komt ook weer voort uit mijn liefde voor dingen die verstoringen in het beeld zorgen. Soms is het toeval dat ik een bepaalde keuze voor materiaal maak om op te schilderen, soms roept het materiaal de naam van een persoon en past het specifiek bij dat werk.

Vaak is het geen bewuste keuze en kiest het materiaal mij in plaats van andersom. Zo had ik al een hele tijd vlieseline liggen, wat eigenlijk restmateriaal is. Dit gaf een restaurateur aan mij, in de veronderstelling dat ik het vast zou kunnen gebruiken.

Het is eigenlijk een stofdoek waarmee restaurateurs verflagen verwijderen van oude werken. Nadat de verflaag met het vlieseline doek wordt verwijderd, gaat het doek na restauratiewerk wat geelbruin zien met craquelé. Het is niet gangbaar om te gebruiken als schildersdoek, en wordt zeker niet gezien als edel materiaal. Ik had nog geen idee waarvoor ik het wilde gebruiken, totdat ik op pad ging met Ernst Jansz. Het gevoel van de ondergrond kwam perfect overeen met de toon van ons samenzijn.'

'Geef mij maar matte en oude dingen'

'Vroeger maakte ik als kind foto’s met een analoog cameraatje. Dan kwamen er veel ontwikkelde foto’s terug van muren met lichtvlakken erop of afbladderende posters erover. Mijn vader dacht dan dat de foto’s mislukt waren. Ik heb altijd interesse gehad voor kleur, maar dan ook vooral verschoten kleuren.

Iedereen kent de kleur van een rode auto die vaal roze is geworden of het blauw van shoarmamenu’s die totaal vervaagd zijn, waaruit alleen het blauw overeind is gebleven. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat ik kleuren eigen maak. Ik denk dat ik in dat opzicht wel een eigen kleurenpalet heb.

Mijn doeken behandel ik bewust niet. Veel kunstenaars doen dit wel voor een betere lichtopbrengst. Van mij mag de verf juist wat meer in het doek zinken. Dat geeft dan minder lichtopbrengst en een meer matterende ondergrond. Ik houd niet van ‘flashy’ en glimmend. Mijn voorkeur gaat uit naar matte en oude dingen. Dat past ook beter bij wat ik schilder.

Soms gebruik ik een enkel laagje en voel je duidelijk de ondergrond. Als je dan nog tientallen keren over datzelfde stuk gaat, wordt de kleur dieper. Als ik te lang door ga, voelt het vanzelf niet meer goed, omdat het dan openheid verliest. Maar uiteindelijk is ook dit weer een gevoelskwestie zonder vast formule.'