Is klassieke muziek passé? Minions op de Olympische Winterspelen
Een kür is een serie van kunstschaatselementen op muziek. De gekozen muziek is heel bepalend voor de act. Het beïnvloedt namelijk niet alleen de opbouw, maar ook de algehele sfeer.
Een Minion-kür
Toen de Spaanse kunstschaatser Tomas-Llorenc Guarino Sabate koos om zijn kür tijdens de Winterspelen van 2026 op muziek uit de film The Minions uit te voeren, werd dat wereldwijd volop in het nieuws besproken. Helemaal toen het spannend werd omdat het leek alsof hij de rechten niet zou krijgen om de muziek te gebruiken.
Muziek bouwt de spanning op
Toen kunstschaatsen voor het eerst verscheen op de Olympische Spelen van 1908 schaatsten de atleten op klassieke muziek. Destijds was er ook geen keuze: de Internationale Schaatsunie verbood muziek met zang in alle wedstrijdprogramma's.
Daarnaast heeft een klassiek stuk als Ravels Boléro of Stravinsky’s Vuurvogel een duidelijke spanningsopbouw: herhaling, crescendo, climax. Die structuur laat zich vertalen naar het ijs: sprongen vallen samen met de muzikale hoogtepunten. Een bijkomend voordeel is dat de auteursrechten van oudere klassieke werken vaak ook al verlopen zijn.
Steeds meer popmuziek
Sinds 2014 zijn ook nummers met zang toegestaan bij de competities. Daardoor hoor je steeds vaker pop- en filmsoundtracks in de ijsarena.
Toch is er nog geen afscheid genomen van een klassieke soundtrack op de ijspiste. De Japanse schaatser Shun Sato bracht bijvoorbeeld een indrukwekkende kür op muziek uit Stravinsky’s Vuurvogel suite. Want welke muziek er ook wordt gekozen, het principe is hetzelfde gebleven: de muziek bepaalt de sfeer op het ijs.