Van 27 tot en met 29 maart 2026 presenteert het Mondriaan Fonds tijdens Art Rotterdam een nieuwe editie van Prospects. In deze reeks spreken we jonge kunstenaars over het werk dat zij daar tonen. Dit keer staat fotograaf Pippilotta Yerna centraal, die een monumentaal drieluik presenteert waarin een foto van haar en haar oudtante de kern vormt.
Fotografie is voor Yerna meer dan een middel om vast te leggen wat er is. Het is een manier om te onderzoeken wat er nog niet is, wat nog moet komen en wat onvermijdelijk zal verdwijnen. In haar werk beweegt ze zich voortdurend tussen werkelijkheid en verbeelding, tussen herinnering en anticipatie. “Het gaat mij niet om iets moois vertellen,” zegt ze. “Het gaat erom dat je iets voelt.”
Die zoektocht begon dicht bij huis. Yerna groeide op in een kunstenaarsgezin, met ouders die haar de ruimte gaven om het kunstenaarschap als een reële mogelijkheid te zien. Toch is haar praktijk niet zozeer een voortzetting van een traditie, maar eerder een persoonlijke manier om grip te krijgen op de wereld om haar heen. Als dyslectisch maker vond ze in fotografie een taal die direct en fysiek is, een manier om ervaringen te vertalen zonder afhankelijk te zijn van woorden.
Monumentale Pietà-installatie
In haar recente projecten staat de relatie tot familie centraal, en daarmee ook de realisatie dat je familie op een dag verliest. Die thematiek komt samen in het werk dat ze op Prospects toont: een groot, geautomatiseerd drieluik dat zich langzaam opent en sluit. Aan de buitenkant is een archiefbeeld van haar oudtante te zien. Wanneer de panelen zich ontvouwen, verschijnt in het midden een hedendaagse pieta: een foto waarin Yerna haar overleden oud-tante vasthoudt.
De Pietà komt uit de christelijke kunst en laat Maria zien die haar gestorven zoon Jezus op schoot houdt, als een beeld van verdriet, liefde en afscheid. De verwijzing naar de klassieke pieta is bewust gekozen, maar wordt door Yerna persoonlijk ingevuld. Niet als religieus symbool, maar als een beeld van liefde en zorg. De dood vormt daarin geen taboe, maar een gedeelde menselijke ervaring. “De dood is van iedereen,” zegt ze. “Ongeacht achtergrond, cultuur of identiteit. Het is iets wat ons allemaal verbindt.”
Die gedachte vormt het hart van het werk. Het drieluik beweegt op een vast ritme, zonder dat er een bezoeker nodig is om het te activeren. De tijd lijkt letterlijk opzij te schuiven, waarna het beeld zich onthult. In de zijpanelen worden kleine buisjes met as van haar oudtante verwerkt, waardoor het werk niet alleen een fotografisch portret is, maar ook een tastbaar monument.
De kracht van het persoonlijke
Het project ontstond vanuit een langdurige, intieme band. Haar oud-tante was voor Yerna een belangrijke figuur: een onafhankelijke vrouw die haar eigen leven leidde en een sterke indruk achterliet. Tijdens haar leven fotografeerde Yerna haar in alledaagse en soms absurde en rauwe momenten. Na haar overlijden volgde een intens proces van vastleggen, rouwen en verwerken. Dat maakte het werk persoonlijk en confronterend, maar ook oprecht.
Juist in die eerlijkheid zit volgens Yerna de kracht. Ze merkte dat mensen die het werk zagen niet afhaakten van de schrik, maar juist bleven kijken. Dat de confrontatie met sterfelijkheid ook rust kan brengen. Niet als schokkend beeld, maar als een moment van herkenning.
Met dit monumentale werk geeft Yerna op waanzinnig indrukwekkende wijze vorm aan iets wat vaak onzichtbaar blijft: de manier waarop liefde, zorg en verlies met elkaar verweven zijn. Een beeld dat niet alleen over één persoon gaat, maar over een ervaring die iedereen, vroeg of laat, met zich meedraagt.
Het werk van Pippilotta is, naast Prospects, te zien van 8 april tot en met 23 mei in het Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.